De Olympische Spelen zijn ook voor mij afgelopen
Normaal gesproken ben ik een fanatiek volger van de Olympische Spelen, vooral de Winterspelen. Dit jaar was het helaas anders. Bij het begin zat ik nog op Gran Canaria, niet echt een plek waar schaatsen en skiën leven. De vijf kilometer schaatsen bij de heren volgde ik achtereenvolgens op Teletekst, ARD, Eurosport, een Spaanse sportzender, weer Eurosport en weer de ARD.
Na een paar dagen thuis gingen we op wintersportvakantie. Ook erg leuk, maar slecht voor de sportliefhebber in mij. De eerste nacht stond ik nog midden in de nacht op en zag Mark Tuitert goed winnen, maar voor Wüst heb ik de wekker niet gezet. Voor de tien kilometer was een zoektocht langs vijfhonderd zenders nodig voordat we de ene vonden waarop die werd uitgezonden. De achtervolging was weer de volgende ochtend teletekst.
Eigenlijk waren de Spelen al voorbij voor ik me er echt in kon verdiepen. Maar als fanatiek krantenlezer heb ik de afgelopen weken alsnog Vancouver beleefd via achterhaald nieuws. Maar goed, ik wist niets van de Nederlandse shorttrackers, wilde het waarom weten achter het falen van de Oostenrijkse alpineskiërs, begreep niets van de bobslee-afgang en las vooral veel over de beroemdste wissel sinds Robben – Bosvelt. Dit weekend las ik de laatste nabeschouwingen over de Olympische Spelen. Voor mij zijn de Spelen dus nu ook echt afgelopen.
Met terugwerkende kracht kwam ik tot de conclusie dat de loting bepalend is geweest, niet de wissel. Op de vijf kilometer moest Kramer als eerste en won goud. Sablikova deed hetzelfde bij de dames. De volgende ‘als-en’ zijn volgens mij van toepassing:
Seung-Hoo-Lee had mazzel met de loting. Op zijn derde tien kilometer ooit stegen zijn rondetijden, totdat hij Van der Kieft in zicht kreeg en de rondetijden weer naar beneden kreeg. Mijn stelling: hij was nooit onder de 13 minuten gereden als hij tegen een goede tegenstander had gereden.
Kramer had pech dat hij als laatste moest. Hij ging zich richten op de beste tijd, terwijl hij gewoon zijn eigen race had moeten rijden. Stelling 2: Kramer had gewonnen als hij als eerste der favorieten had mogen rijden.
Bob de Jong had ‘gewoon’ een medaille gewonnen als hij tegen Skobrev of Lee had gereden. Skobrev profiteerde nu van Kramer die een halve race een stukje voor hem reed, in dezelfde baan zelfs. Beiden profiteerden dus van gangmakers, terwijl Bob op eigen kracht 13.06 reed. Stelling 3: De vechter De Jong had in een rechtstreeks duel van beiden gewonnen.
Stelling 4, totaal niet gerelateerd: Het Holland Heineken House is een gedrocht dat zijn doel al lang is voorbijgeschoten. In London niet meer doen dus.
Overigens ben ik van mening, naast al bovenstaande stellingen die toch nooit te bewijzen zijn, dat een topsporter zelf verantwoordelijk is voor het resultaat. Altijd. Zonder uitzondering. Diego Maradona luisterde nooit naar de trainer voor hij een beslissing nam, Eddy Merckx demarreerde wanneer het hem uitkwam en Michael Jordan bepaalde in het veld wie het beslissende schot mocht nemen. Als Sven Kramer echt ooit wil uitkomen in die categorie, dan mag hij in Sochi zonder coach 4 of 5 keer goud winnen. Tot die tijd neem ik hem niet serieus.
